L.O. - Zwemmen

Juf Leen

Pippi Langkous wist het lang geleden al te vertellen: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik probeer het!

Vanuit deze filosofie vertrekken we voor we aan onze sportieve, gevarieerde en soms ook experimenterende bewegingsuitdagingen beginnen.  

Met thema’s als ‘Paashazen met forsballen’, ‘Dansende Tamtam’, ‘Verliefd op de grond’, ‘Superheldenfitness’, ‘Meet je met een dier’, … dompelt juf leen de kinderen onder in een wereld vol ontdekken van bewegingsmogelijkheden. Ze ontwikkelen de natuurlijke basisbewegingen en fijn-motorische competenties. Ook lichaams-, tijds- en ruimteperceptie zijn hierbij essentieel. Bij de lagere school worden deze competenties verder verfijnd in complexere bewegingssituaties. Bij de oudste kinderen komt daarbovenop een oriëntatie op enkele algemene sportspecifieke basisbewegingen.

Het brein wordt eveneens volop getraind, want de juf houdt ervan om ons bewegingsproblemen voor te schotelen waarvoor we zelf een oplossing dienen te zoeken.  

Ze legt ons met prenten van ezeltjes uit hoe we het best samen bewegen: elkaar helpen, rekening houden met elkaar, verantwoordelijkheid nemen voor onszelf en voor anderen en van anderen aanvaarden.

Bij sport en spel maken we duidelijke afspraken, leren we hoe we ze na moeten leven, leren we positief aanmoedigend communiceren en verschillende rollen spelen zoals aanmoediger, leider, materiaalmeester, tijdbewaker en scheidsrechter.

Deze gezellige mix zorgt ervoor dat we de eigen bewegingsmogelijkheden en -beperkingen (en die van anderen) leren kennen. Door succeservaringen op te doen in bewegingssituaties en reflectie hierop groeit het inzicht in bewegingssituaties, het competentiegevoel en zelfwaardegevoel.

Uiteindelijk creëert dit in een positief effect op het omgaan met verschillen, het ontwikkelen van een adequaat en positiever zelfbeeld en een positieve bewegingsattitude.